Treprostinil via inhalatie verbetert longfunctie bij idiopathische longfibrose
Bij patiënten met een idiopathische longfibrose daalt de longfunctie progressief ondanks de huidige fibroseremmende middelen. De TETON-2-studie, die in the New England Journal of Medicine is gepubliceerd, heeft de werkzaamheid en de veiligheid van treprostinil via inhalatie bij patiënten met een idiopathische longfibrose geëvalueerd.
De TETON-2-studie is een gerandomiseerde, dubbelblinde fase 3-studie uitgevoerd bij 593 patiënten, van wie 75,4% een behandeling met een fibroseremmend middel kreeg. Het primaire eindpunt was de geforceerde vitale capaciteit (FVC) na 52 weken. Die was significant minder gedaald in de treprostinilgroep (daling met 49,9 ml) dan in de placebogroep (daling met 136,4 ml), dus een verschil van 95,6 ml (95% BI: 52,2-139,0; p < 0,001).
Een effect op de longfunctie en het klinische beeld
Ook uitgedrukt in percent van de voorspelde waarde was de FVC minder gedaald: met respectievelijk 1,4 en 3,8 percentpunten, dus een verschil van 2,7 percentpunten. Ook de DLCO (diffusion capacity of the lungs for carbon monoxide) was minder gedaald (met respectievelijk 2,8 en 4,1 percentpunten, een verschil van 1,9 percentpunten (95% BI: 0,1-3,8).
Een secundair eindpunt was een samengesteld eindpunt van overlijden ongeacht de doodsoorzaak, ziekenhuisopname wegens een ademhalingsprobleem of daling van de FVC ≥ 10 percentpunten. Een van de items van het samengesteld eindpunt heeft zich voorgedaan bij 27,2% van de patiënten van de treprostinilgroep en bij 39,0% van de patiënten van de placebogroep (HR 0,71; 95% BI: 0,53-0,95; p = 0,02).
Veiligheid
Hoesten was de frequentste bijwerking (respectievelijk 48,3% en 24,1% van de patiënten). 33,6% van de patiënten van de treprostinilgroep en 24,7% van de patiënten van de placebogroep hebben de behandeling gestaakt. De frequentste oorzaak van stopzetting van de behandeling waren bijwerkingen (ongeveer de helft van de gevallen in beide groepen).
Zwaktes
Eén van de zwakke punten van de studie is dat de auteurs geen statistische informatie geven over belangrijke criteria en met name de sterfte na 52 weken. Die bedroeg 6,4% in de treprostinilgroep en 8,1% in de placebogroep (HR 0,77). De vorsers hadden een hiërarchische analyse van de secundaire eindpunten voorzien. Ze hebben geen verschil in acute exacerbaties van idiopathische longfibrose vastgesteld en daarom hebben ze de secundaire eindpunten niet verder geanalyseerd. Dat maakt dat ze de secundaire eindpunten en met name de sterfte, de levenskwaliteit en de diffusiecapaciteit niet hebben kunnen interpreteren.
Referentie:
1. Nathan SD, Smith P, Deng C, et al. Inhaled Treprostinil for Idiopathic Pulmonary Fibrosis. N Engl J Med. 2026;394. doi:10.1056/NEJMoa2512911.