PROTEUS bevestigt nut van intensievere perioperatieve behandeling
De PROTEUS-studie, die tijdens de plenaire sessie op ASCO 2026 werd gepubliceerd, bewijst dat toevoeging van apalutamide aan de perioperatieve androgeendeprivatietherapie betere resultaten oplevert bij de behandeling van een plaatselijke hoogrisicoprostaatkanker. Dat zou weleens invloed kunnen hebben op het therapeutische beleid in die indicatie.
Ondanks een radicale prostatectomie of externe radiotherapie plus hormoontherapie in de vorm van androgeendeprivatietherapie (ADT) zal bijna de helft van de mannen met een plaatselijke hoogrisicoprostaatkanker een biochemisch recidief of metastasen ontwikkelen. Om daar een oplossing voor te vinden, hebben vorsers de PROTEUS-studie uitgevoerd.(1)
Een sandwich-studieopzet
De PROTEUS-studie is een multicentrische fase 3-studie uitgevoerd bij 2.109 patiënten met een plaatselijke of plaatselijk gevorderde prostaatkanker die een hoog risico op recidief inhield. Alle patiënten hebben een radicale prostatectomie ondergaan en hebben een androgeendeprivatietherapie gekregen gedurende zes maanden voor en zes maanden na de chirurgie. Een groep heeft daarbovenop apalutamide gekregen en de andere een placebo. Apalutamide remt de androgeenreceptorweg (ARPI) en wordt in België terugbetaald bij de behandeling van bepaalde vormen van prostaatkanker.
Resultaten
Na een mediane follow-up van 62 maanden waren de resultaten duidelijk beter na toevoeging van apalutamide:
- Pathologische respons: de incidentie van complete pathologische respons (pCR) of minimale restziekte (MRD) voor chirurgie was 9-maal hoger in de apalutamidegroep: 8,9% versus 1% in de ‘ADT + placebo’-groep.
- Overleving zonder metastasen na vijf jaar (gemeten met klassieke beeldvormingsonderzoeken of een PSMA-PET-scan): 78,2% in de apalutamidegroep en 73,5% in de controlegroep, dus een daling van het risico op metastasering of overlijden met 20%.
- Evenementvrije overleving: perioperatieve toediening van apalutamide verlengde de overleving met meer dan anderhalf jaar. De mediane EFS bedroeg 57,1 maanden in de apalutamidegroep en 38,4 maanden in de ‘ADT + placebo’-groep.
- Tijd tot opstarten van een nieuwe behandeling: respectievelijk 74,2 en 41,5 maanden. Dankzij perioperatieve toediening van apalutamide kon bijna drie jaar extra zonder tumorprogressie of verandering van het behandelingsprotocol worden gewonnen.
Bijwerkingen
De bijwerkingen spoorden met wat in eerdere studies was waargenomen, en konden al bij al goed worden opgevangen. De frequentie van bijwerkingen was uiteraard hoger met een perioperatieve tweevoudige combinatietherapie. Graad 3/4-bijwerkingen zijn opgetreden bij 39,6% van de patiënten van de apalutamidegroep en bij 31% van de patiënten van de controlegroep.
De frequentste reden van stopzetting van de behandeling met apalutamide was huiduitslag. In de klinische praktijk is het dus van groot belang die huidtoxiciteit op te vangen om ervoor te zorgen dat de patiënten de hele adjuvante behandeling kunnen krijgen.
>> U vindt een volledig artikel over de PROTEUS-studie in Artsenkrant Specialist Update Oncologie, juni 2026.
Referentie:
M-E Taplin et al, “Perioperative (neoadjuvant and adjuvant) apalutamide + androgen deprivation therapy vs placebo + ADT with radical prostatectomy in high-risk localized or locally advanced prostate cancer: Final analysis of the PROTEUS phase 3 study” in J Clin Oncol 44, 2026 (suppl 17; abstr LBA1)