Vrouwen met parkinson meer tekens van alzheimer
Vrouwen met de ziekte van Parkinson vertonen mogelijk meer aan alzheimer gerelateerde veranderingen in de hersenen dan mannen.
Vrouwen met de ziekte van Parkinson zijn mogelijk gevoeliger voor aan alzheimer gerelateerde veranderingen in de hersenen dan mannen, zo blijkt uit nieuw onderzoek dat is gepresenteerd tijdens het recente congres van de European Academy of Neurology (EAN).
Gelijktijdig voorkomen
De ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer komen bij oudere volwassenen vaak gelijktijdig voor maar de geslachtsverschillen in de aan alzheimer gerelateerde pathologie bij mensen met de ziekte van Parkinson zijn nog onvoldoende onderzocht.
Om deze kenniskloof te dichten, analyseerden onderzoekers van de Mayo Clinic Arizona gegevens van 230 door autopsie bevestigde gevallen van mensen die leden aan de ziekte van Parkinson én die tijdens hun leven jaarlijks klinisch beoordeeld werden.
Meer amyloïdplaques bij vrouwen
Uit het onderzoek bleek dat de hersenen van vrouwen met de ziekte van Parkinson significant meer amyloïdplaques vertoonden dan mannen. Vrouwen hadden een hogere gemiddelde totale plaquescore in de cortex dan mannen (6,5/15 versus 4,9/15; p = 0,045) en een grotere dichtheid aan neuritische plaques (1,7/3 versus 1,3/3; p = 0,035).
Meer dan de helft van de vrouwen (56,8%) had een hoge plaquebelasting in vergelijking met mannen (39,7%; p = 0,015), ook na correctie voor de leeftijd bij overlijden en aanwezigheid van APOE ε43, een belangrijke genetische risicofactor voor de ziekte van Alzheimer (OR 2,18; 95% BI 1,17-4,06; p = 0,014).
Hoofdauteur dr. E. Driver-Dunckley van de Mayo Clinic: "Deze bevindingen suggereren dat vrouwen mogelijk gevoeliger zijn voor door amyloïd veroorzaakte pathologie in de context van de ziekte van Parkinson, wat overeenkomt met patronen die zijn waargenomen bij patiënten met klinisch gediagnosticeerde en pathologisch bevestigde alzheimer.”
Vergelijkbaar percentage alzheimerdementie
Ondanks de grotere belasting van amyloïde plaques bij de vrouwen, vond men in de studie geen significante verschillen tussen mannen en vrouwen wat de incidentie van alzheimerdementie betrof of bij de prestaties tijdens cognitieve tests. De bevindingen roepen belangrijke vragen op over zowel het verband tussen hersenpathologie en cognitieve uitkomsten, als over de biologische mechanismen die aan de basis liggen van de waargenomen geslachtsverschillen.
“De grote verschillen in amyloïdplaques zouden een effect moeten hebben op het ontstaan en de ernst van cognitieve achteruitgang, maar ons onderzoek heeft dit niet aangetoond”, aldus dr. Driver-Dunckley. “Het is mogelijk dat een groter onderzoek dit wel zou aantonen.”
Hoewel de redenen voor het waargenomen geslachtsverschil onduidelijk blijven, hebben eerdere studies ook melding gemaakt van meer ernstige alzheimergerelateerde pathologie en cognitieve achteruitgang bij vrouwen met parkinson én alzheimer.
Bronnen:
1.Driver-Dunckley, E. (2026). Greater burden of Alzheimer's co-pathology in women with Parkinson's disease. Abstract A-26-16751. Presented at the 12th EAN Congress (Geneva, Switzerland).
2.Jellinger, K. A. (2025). Concomitant Pathologies and Their Impact on Parkinson Disease: A Narrative Overview of Current Evidence. International Journal of Molecular Sciences, 26(7), 2942.