Surveillance van melanoom: minder, maar relevantere beeldvorming
ASCO-CONGRES Bij de follow-up van een melanoom zijn de artsen geneigd veel onderzoeken aan te vragen om een eventueel recidief zo snel mogelijk op te sporen. Maar bij gebrek aan prospectieve studies is het eigenlijk niet duidelijk wat de beste strategie is.

Een intensiever diagnostisch beleid resulteert immers niet altijd in betere klinische resultaten. Belangrijk bij de follow-up zijn dan ook: de patiënt onderzoeken, informatie geven, de patiënt leren zelf waarschuwingstekens te herkennen en ervoor zorgen dat hij snel naar een arts kan gaan.(1)
Er wordt alsmaar vaker een diagnose van melanoom gesteld. Vandaar dat de surveillance alsmaar belangrijker wordt. In de Verenigde Staten zullen in 2030 allicht meer dan 112.000 nieuwe gevallen van melanoom worden gediagnosticeerd.(2) In Denemarken is de incidentie tussen 1943 en 2016 gestegen van 1,1 naar 46,5 per 100.000 inwoners.(3)
Dat is echter niet alleen toe te schrijven aan een reële stijging van de incidentie, aangezien er in circa 50% van de gevallen sprake zou zijn van overdiagnostiek.(4) Hebben mee een impact: de bewustmaking van mensen, campagnes voor een vroege detectie van melanoom en het feit dat sneller wordt overgegaan tot biopsies.(4,5)
Surveillance heeft tot doel recidieven op te sporen én nieuwe primaire melanomen te detecteren.(1) De incidentie van een tweede melanoom wordt geraamd op circa 2-3%. Meer dan de helft van de gevallen wordt gedetecteerd binnen twee jaar en vaak betreft het dan een melanoma in situ of een dun melanoom.(6)
Centrale rol patiënt
Bij patiënten die een laag risico lopen, is de prognose van een stadium IA tot IIA al bij al gunstig, maar uit de gegevens over de incidentie van recidief volgens het stadium blijkt dat het risico toch niet nul is.(7,8) De richtlijnen hameren op een volledig onderzoek van de huid, palpatie van de primaire tumor, de nabijgelegen zones en de lymfeklieren en educatie van de patiënt.(1)
In de MELFO-studie, die is uitgevoerd bij 388 patiënten met een negatieve schildwachtklier, werden de meeste recidieven gedetecteerd door de patiënten zelf. De overlevingscurve bij een klassieke follow-up was vergelijkbaar met die bij een minder frequente follow-up. Dat zou betekenen dat een minder frequente surveillance veilig is als de patiënten weten waar ze op moeten letten en snel op spreekuur kunnen komen bij vermoeden van een verdacht letsel.(9)
Het risico afzonderlijk ramen
Niet alle dunne melanomen houden eenzelfde risico in. Een frequentere surveillance is geïndiceerd in geval van een hoge mitose-index, een ulceratie, een Breslow van meer dan 0,6 mm, meerdere primaire melanomen, multipele naevi, een dysplastische-naevisyndroom en een bewezen genetische aanleg.(1)
Gerichte beeldvorming
Bij patiënten die een hoog risico lopen, kan een intensieve surveillance met beeldvorming logisch lijken, maar er is toch discussie over het nut ervan.(1) Met een PET-CT-scan kan je metastasen op afstand opsporen, maar dat onderzoek kan ook foutpositieve uitkomsten geven en de aanzet geven tot extra onderzoeken.(1)
Bij een tussentijdse analyse van de Zweedse TRIM-studie, die is uitgevoerd bij patiënten met een stadium IIB-C of III, waren de resultaten niet duidelijk beter met een geprogrammeerde beeldvorming dan met enkel een klinisch onderzoek.(10) Bij psychosociale analyse is geen verbetering van de angst, de depressie of de levenskwaliteit vastgesteld.(11)
Het is dus niet de bedoeling vaker controles te verrichten, maar het juiste onderzoek op het juiste ogenblik aan te vragen bij de juiste patiënt.(1)
>> Naar een presentatie van dr. Cicero Martins, Brazilian National Institute of Cancer, LACOG en Americas Oncologia y el Instituto Americas, Brazilië.
Referenties:
1. Cicero Martins, “Global Approaches to Melanoma Surveillance in the Modern Era: The Feasible, the Practical, and the Affordable”, ASCO Annual Meeting 2026.
2. Guy G. P. Jr. et al., Vital signs: melanoma incidence and mortality trends and projections - United States, 1982-2030. MMWR Morb Mortal Wkly Rep. 2015;64(21):591-596.
3. Garbe C., et al. Epidemiology of cutaneous melanoma and keratinocyte cancer in white populations 1943-2036. European Journal of Cancer. 2021; 152:18-25.
4. Adamson A. S. et al., Estimating Overdiagnosis of Melanoma Using Trends Among Black and White Patients in the US. JAMA Dermatology. 2022;158(4):426-431.
5. Welch H. G. et al., The Rapid Rise in Cutaneous Melanoma Diagnoses. New England Journal of Medicine. 2021;384(1):72-79.
6. Leiter U. et al. Hazard rates for recurrent and secondary cutaneous melanoma: an analysis of 33,384 patients in the German Central Malignant Melanoma Registry. Journal of the American Academy of Dermatology. 2012;66(1):37-45.
7. Keung E. Z. et Gershenwald J. E. The eighth edition American Joint Committee on Cancer (AJCC) melanoma staging system: implications for melanoma treatment and care. Expert Review of Anticancer Therapy. 2018;18(8):775-784.
8. Helvind N. M. et al. Stage-Specific Risk of Recurrence and Death From Melanoma in Denmark, 2008-2021: A National Observational Cohort Study of 25 720 Patients With Stage IA to IV Melanoma. JAMA Dermatology 2023.
9. Moncrieff M. D. et al. Follow-up Schedule for Patients With Sentinel Node-negative Cutaneous Melanoma (The MELFO Study): An International Phase III Randomized Clinical Trial. Annals of Surgery. 2022;276(4).
10. Ladjevardi C. O. et al. Physical examinations and whole-body imaging versus physical examinations alone during follow-up after radical surgery of stage IIB-C and III cutaneous malignant melanoma (TRIM): an interim analysis of a multicentre, randomised, phase 3 trial in Sweden. Lancet Oncology. 2025;26(11):1501-1510.
11. Naeser Y., et al. Quality of Life in the First Year of Follow-Up in a Randomized Multicenter Trial Assessing the Role of Imaging after Radical Surgery of Stage IIB-C and III Cutaneous Melanoma (TRIM Study). Cancers (Basel). 2022;14(4):1040.