Huisartsgeneeskunde in Brussel: zijn er wel genoeg artsen?
Op het eerste gezicht lijkt er in Brussel geen tekort aan huisartsen te zijn. Maar zodra men rekening houdt met de daadwerkelijke beschikbaarheid van artsen, de niet-geregistreerde bevolking, patiënten van buiten de regio en de complexere behoeften van bepaalde groepen, blijkt de situatie veel precairder.
Tijdens een conferentie over de planning van het medische aanbod in Franstalig België, die vorige week plaatsvond in de gebouwen van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde, presenteerde Jonathan Unger (foto) de resultaten van een studie van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn (Vivalis) gewijd aan de huisartsenzorg in het Brussels Gewest.
Het doel ervan is heel concreet: het identificeren van de tekorten aan de algemene geneeskunde in Brussel, zodat er prioriteit kan worden gegeven aan overheidsinterventies.

Het probleem is niet louter academisch. Sinds het besluit van het Verenigd College van Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 19 december 2024, betreffende de ondersteuning van multidisciplinaire praktijken en jonge artsen, is het vestigen van een praktijk in een achtergesteld gebied een voorwaarde voor toegang tot bepaalde subsidies.
De bedragen kunnen oplopen tot € 225.000 voor multidisciplinaire praktijken in een achtergesteld gebied, vergeleken met € 150.000 voor praktijken die zich niet in een dergelijk gebied bevinden. Het is daarom cruciaal om de exacte locatie van het artsentekort vast te stellen.
De Brusselse paradox
Op papier lijkt Brussel goed voorzien van artsen. Eind 2023 telde de regio ongeveer 1,25 miljoen inwoners. Uitgaande van 90 huisartsen per 100.000 inwoners, zouden er 1.125 huisartsen nodig zijn. De studie identificeert echter 1.656 actieve artsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De snelle conclusie: er zou geen probleem zijn.
Maar deze redenering is te simplistisch. Ten eerste heeft Brussel een niet-geregistreerde bevolking, die volgens de presentatie wordt geschat op 75.000 ongedocumenteerde personen. De werkelijke bevolking die in aanmerking moet worden genomen, zou dan stijgen tot 1,325 miljoen inwoners, waarvoor 1.193 artsen nodig zijn.
Ten tweede behandelen sommige Brusselse huisartsen ook patiënten die niet in Brussel wonen. Daarom wordt het werkelijke aantal artsen dat beschikbaar is voor Brusselse inwoners geschat op 1.358. Maar zelfs met deze correcties wordt de drempel van 90 artsen per 100.000 inwoners gehaald.
Precies hier wordt het onderzoek interessant: het probleem blijft onzichtbaar als men alleen kijkt naar de cijfers voor het hele Gewest.
De ene arts is de andere niet
De studie benadrukt een feit dat vaak over het hoofd wordt gezien in planningsscenario's: niet alle huisartsen hebben dezelfde zorgcapaciteit. Het aantal wekelijkse consultatie-uren verschilt aanzienlijk van arts tot arts. Het behandelen van elke arts als één uniforme eenheid leidt daarom tot een overschatting van de beschikbare capaciteit.
Hetzelfde geldt voor patiënten: "één inwoner" staat niet altijd gelijk aan "één patiënt" qua behoeften. Behoeften variëren afhankelijk van leeftijd, sociale status, precariteit, comorbiditeit en de complexiteit van hun medische en sociale situatie.
De studie gebruikt het aantal contacten met een huisarts als maatstaf voor behoeften, hoewel wordt erkend dat dit een aanzienlijke vereenvoudiging is. In sommige scenario's wordt aangenomen dat mensen met recht op verhoogde tegemoetkoming een kwart meer consultatietijd nodig hebben, wat neerkomt op consulten van 25 minuten in plaats van 20.
Een andere onthullende bevinding: 20% van de ondervraagde artsen gaf aan geen nieuwe patiënten meer aan te nemen, behalve in uitzonderlijke gevallen. Slechts 38% neemt nog onbeperkt nieuwe patiënten aan. Ook hier geldt dat het aantal artsen in het gebied niet het hele verhaal vertelt over de daadwerkelijke toegankelijkheid.
Tekorten op wijkniveau
De gekozen geografische schaal heeft een grote invloed op de diagnose. Op regionaal niveau lijkt Brussel wellicht voldoende bediend. Op het niveau van de gemeente, zorgzone of 'statistische sector' (ruwweg een wijk) worden de verschillen echter veel groter. Sommige gebieden vallen onder de drempel van 90 artsen per 100.000 inwoners.
Om de lokale toegankelijkheid te meten, maakt het onderzoek gebruik van een model geïnspireerd op de 2SFCA-benaderingen, die met name in Frankrijk worden gebruikt met de APL-indicator (accessibilité potentielle localisée). Het principe is om vraag en aanbod lokaal te vergelijken.
Voor elke arts of zorginstelling wordt een toegangszone gedefinieerd. Het onderzoek gebruikt een straal van 600 meter. Vervolgens berekent het voor elke bevolkingszone het aantal jaarlijkse consulten dat elke inwoner theoretisch binnen deze perimeter kan hebben.
Daarbij gaan de onderzoekers uit van 45 werkweken per jaar, 20 minuten per consult en het gemiddelde aantal consulten per patiënt bij de huisarts in het Brusselse Gewest (3,9 consulten per jaar).
De resultaten zijn sterk afhankelijk van het gekozen scenario. In het basisscenario is de toegankelijkheid van huisartsenzorg problematisch voor 32% van de Brusselaars. Dat probleem stelt zich vooral in wijken buiten het centrum.
In het meest veeleisende scenario, waarin alleen artsen onder de 65 jaar worden meegenomen, houden we ook rekening met de wens van de artsen om hun werktijd te verkorten en met de toegenomen zorgvraag van VT-patiënten. In dit scenario, dat een duurzame situatie voor professionals en een wenselijke situatie voor patiënten schetst, wordt de situatie problematisch voor 95% van de Brusselse inwoners.
De boodschap is duidelijk: hoewel de huidige situatie nog steeds houdbaar lijkt, gaat deze ten koste van een hoge werkdruk voor artsen en van consulten die voor sommige patiënten te kort zijn.
Toegankelijkheid nog steeds onvoldoende gemeten
De auteurs benadrukken de beperkingen van deze studie. Er zijn enquêtegegevens nodig om het werkelijke aanbod beter te benaderen, verbruiksindicatoren moeten worden gebruikt om de behoeften af te leiden, en er moeten normatieve keuzes worden gemaakt om de toegankelijkheid te modelleren.
Bovenal behandelt de studie slechts twee dimensies: beschikbaarheid en ruimtelijke toegankelijkheid. Effectieve toegang tot de huisartsenzorg hangt echter ook af van andere factoren: openingstijden, taal, contractuele status, administratieve capaciteit, acceptatie van nieuwe patiënten, financiële toegankelijkheid, organisatie van praktijken en continuïteit van zorg.
De waarde van deze studie ligt daarom minder in het vaststellen van een wijdverbreid tekort dan in het aantonen dat regionale gemiddelden zeer uiteenlopende lokale realiteiten maskeren. In Brussel is het probleem niet alleen het tellen van huisartsen. Het gaat erom te weten waar ze gevestigd zijn, hoe lang een consultatie duurt, welke patiënten ze nog kunnen behandelen en onder welke voorwaarden ze hun praktijk duurzaam kunnen uitoefenen.