HPV-infectie met hoog risico: nut van topische behandelingen?
Vaginale gels om HPV-types met hoog risico uit te schakelen of laaggradige letsels te behandelen worden alsmaar meer gepromoot. Ondanks fraaie resultaten concluderen de FIGO en de International Gynecologic Cancer Society (IGCS) in een stellingname, die eerder dit jaar is gepubliceerd, dat op dit ogenblik geen enkele topische behandeling kan worden aanbevolen.
De meeste infecties door HPV-types met hoog risico zijn van voorbijgaande aard. Bij circa 90% van de patiënten is het virus binnen twee jaar niet meer terug te vinden. Bij een infectie met een hoogrisico-HPV-serotype met of zonder LSIL (laaggradige squameuze intra-epitheliale laesie) wordt dan ook surveillance aangeraden. Een aantal patiënten voelt zich daar echter niet gerust bij, ook al omdat alsmaar meer promotie wordt gemaakt voor geneesmiddelen om de virale “klaring” te versnellen.
Er zijn meerdere vaginale gels onderzocht en met name gels op basis van Coriolus versicolor of siliciumdioxide/seleniet. In een meta-analyse van 44 studies bij in het totaal meer dan 10.000 vrouwen, die in 2023 is gepubliceerd, was het percentage niet-detectie van hoogrisico-HPV-types en cytologische regressie hoger met topische behandelingen. De studies waren echter zeer heterogeen, een publicatiebias is niet uit te sluiten en in de meeste studies was de follow-up korter dan een jaar.
Positieve resultaten, maar voor welke criteria?
Het belangrijkste bezwaar van de FIGO en de IGCS is evenwel dat geen enkele gerandomiseerde studie correct is ontworpen met een voldoende aantal patiënten en een voldoende lange follow-up om na te gaan of die behandelingen histologisch bevestigde HSIL/CIN3+ letsels kunnen voorkomen. De studies zijn vooral gebaseerd op intermediaire criteria zoals niet-detectie van HPV, cytologie, colposcopie en dubbele markering van p16/Ki-67. Een verbetering van die criteria is echter geen bewijs van daling van het risico op hooggradige letsels.
Ook is voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van het begrip “klaring”. Als een HPV-test negatief wordt, betekent dat daarom nog niet dat het virus uitgeroeid is. Andere mogelijke verklaringen zijn immers immunologische controle, een lage viruslast en latentie met mogelijk een latere heractivering van het virus.
Surveillance blijft geïndiceerd
De FIGO en de IGCS lichten ook zwakke punten van studies met bepaalde producten toe: intermediaire criteria, gebrekkige vergelijking en retrospectieve registratie in een aantal studies. Voor meerdere studies gelden voorts belangenconflicten van de auteurs. Sommige gels worden bovendien niet in de handel gebracht als geneesmiddel, maar als medisch hulpmiddel. Voor medische hulpmiddelen gelden minder strenge eisen.
De conclusie is duidelijk: op dit ogenblik kan geen enkel topisch middel worden aanbevolen bij een HPV-infectie, ongeacht het genotype en het al dan niet bestaan van LSIL. Interventies zonder bewezen klinische effecten kunnen bijwerkingen veroorzaken, brengen extra kosten met zich mee en wekken onrealistische verwachtingen op. Patiënten die hun HPV willen “uitschakelen”, moeten dus duidelijke informatie krijgen.
Referentie:
1. Pareja R, Heredia F, Sánchez-Díaz E, et al. FIGO/IGCS statement on the efficacy of topical treatments for high-risk human papillomavirus in preventing CIN 3+ lesions. Int J Gynaecol Obstet. 2026. doi:10.1002/ijgo.71285.