Indicatoren doelmatig voorschrijven antibiotica
Op de goede weg
Tussen 2023-2024 en 2024-2025 daalde het aantal patiënten aan wie antibiotica werd voorgeschreven met ongeveer 14%. Het aantal afgeleverde hoeveelheden kende een soortgelijke daling. Dat blijkt uit de eerste resultaten, een jaar na de publicatie van de indicatoren voor het doelmatig voorschrijven van antibiotica.
Filip Ceulemans

In december 2022 beval het Rekenhof in een rapport de overheid aan acties te ondernemen om de kwaliteit van de antibioticavoorschriften te verbeteren. Het Rekenhof wees er op dat evaluatie van en toezicht op het voorschrijven en afleveren van antibiotica ontbrak. In april 2023 kwam daar nog een voorstel van de Europese Unie bij ter bestrijding van antimicrobiële resistentie.
Daarop legden de ministers van Volksgezondheid van de EU een aantal doelstellingen vast die tegen 2030 moeten worden bereikt: 20% minder antibioticagebruik bij mensen, ten minste 65% van het totale antibioticagebruik bij mensen moet bestaan uit antibiotica uit de Access-groep en de incidentie van bloedinfecties veroorzaakt door drie van de belangrijkste antibioticaresistente bacteriën moet dalen.
Drie indicatoren
Om antibioticaresistentie tegen te gaan, keurde de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (NRKP) in 2023 drie indicatoren van manifeste afwijking van goede medische praktijk goed om huisartsen te ondersteunen bij het doelmatig voorschrijven van antibiotica. Een jaar later, in juli 2024, kregen huisartsen die in de vijf voorgaande jaren minstens één door het RIZIV terugbetaald antibioticum voorschreven voor het eerst een individuele feedback, waardoor ze zich konden situeren ten aanzien van hun collega's. Begin deze maand kregen ze voor de tweede keer een individuele feedback.
In een eerste indicator legt de NRKP vast wat het maximumpercentage patiënten mag zijn waaraan ten minste één terugbetaald antibioticum werd voorgeschreven. De NRKP legde het maximum vast op 45% voor patiënten tot en met 14 jaar en 23% voor patiënten van 15 jaar en ouder. In 2023 bereikte 39% van de huisartsen de vastgestelde drempel voor patiënten tot 14 jaar, in 2024 was dat gestegen tot 46%.
Begin deze maand kregen huisartsen voor de tweede keer een individuele feedback
Vrouwen scoren beter dan mannen
Bekijken we de cijfers iets meer in detail dan blijkt dat huisartsen in opleiding de beste leerlingen van de klas zijn (51%). Zij scoren beter dan de erkende huisartsen (45%) en huisartsen op basis van verworven rechten (40%). Brusselse huisartsen (54%) scoren beter dan hun collega's in Vlaanderen (48%) en Wallonië (41%). Er bestaat een opmerkelijk verschil tussen vrouwen (52%) en mannen (39%). Niet geheel onverwacht daalt, naargelang de leeftijd toeneemt, het percentage huisartsen dat voldoet: 54% bij huisartsen tussen 34 en 44 jaar, 48% tussen 45 en 54 jaar, 37% in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 jaar en 30% bij de 65-plussers.
Voor patiënten vanaf 15 jaar oogt het resultaat iets minder goed: 43% van de huisartsen haalt de drempel. In 2023 was dat 38%, maar in 2021 54%. Opmerkelijk is het grote verschil tussen huisartsen in opleiding ((60%) en erkende huisartsen (38%). In Vlaanderen haalt net de helft van de huisartsen de drempel, in Brussel net niet de helft (49%). Wallonië scoort hier beduidend minder goed met amper 29% waarvoor de indicator positief is. Vrouwen scoren opnieuw beter dan mannen (49% versus 35%). Bij de jongste huisartsen voldoet 56% aan de indicator, bij de 65-plussers is dat slechts 24%.
Kwalitatieve indicatoren
Een tweede indicator geeft het minimumpercentage van de standaard dagdoses (DDD) "zuivere" amoxicilline (niet in combinatie met clavulaanzuur) weer die zijn voorgeschreven, afgeleverd en terugbetaald, ten opzichte van het totale aantal standaard dagdoses (DDD) amoxicilline die zijn voorgeschreven, afgeleverd en terugbetaald (al dan niet in combinatie met clavulaanzuur). De NRKP legde dit minimumpercentage vast op 80%.
Wat deze indicator betreft is er nog werk aan de winkel. In 2024 voldeed amper 16% aan de drempel van 80%. Klein lichtpunt: dit is een kleine stijging met 1% ten overstaan van 2023. Brusselse huisartsen (27%) en huisartsen in opleiding (25%) zijn de beste leerlingen. Vrouwen (19%) scoren ook hier beter dan mannen (13%). Er is tevens een leeftijdsgradiënt waarbij jongere artsen betere resultaten behalen.
De derde indicator geeft het maximumpercentage DDD tweedelijnsantibiotica weer die zijn voorgeschreven, afgeleverd en terugbetaald, ten opzichte van het totale aantal DDD antibiotica die zijn voorgeschreven, afgeleverd en terugbetaald. De NRKP heeft dit maximumpercentage vastgesteld op 20%.
Brusselse huisartsen
Aan deze indicator is nog het meeste werk. Slechts 11% voldeed in 2024 aan de indicator (10% in 2023). De tendensen van de andere indicatoren zetten zich hier voort: huisartsen in opleiding (24%), Brusselse huisartsen (18%), vrouwen (14%) en jonge huisartsen (16%) kunnen de beste cijfers voorleggen.
"De afleveringsgegevens tonen voor de onderzochte periode een daling van het volume aan antibiotica die in de ambulante zorg worden voorgeschreven en een stijging van het aandeel voorschrijvers dat de voor de kwantitatieve indicatoren vastgestelde drempels bereikt. De kwalitatieve indicatoren met betrekking tot de keuze van eerste- en tweedelijnsmoleculen blijven daarentegen onder de vastgestelde streefwaarden", besluit het RIZIV-rapport.